Tien Tips om je Trainingsschema te Verbeteren

1. Trainingslast moet hoger zijn dan het fitnessniveau van het paard

Om spieren op te bouwen, voor meer uithoudingsvermogen of kracht, vraagt erom dat een specifieke oefening intensief genoeg wordt uitgevoerd. In andere woorden, de bestaande spieren moeten een lichte overbelasting doorgaan om het lichaam te dwingen zich aan te passen en te groeien richting sterker worden in de toekomst.


Als de werklast binnen het normale spectrum valt, is het te laag om aanpassing en groei te stimuleren. Je kan geen verandering verwachten. Trainingslast is de belangrijkste factor in het verbeteren van kracht, en dus prestaties. Als een paard niet genoeg kracht heeft om een oefening uit te voeren, zullen bijvoorbeeld zijn balans en precisie worden beïnvloed. Om vooruitgang te boeken, zou een training ruim boven 'normaal' moeten zijn en intensiever moeten worden als het fitnessniveau van het paard omhoog gaat.


De correcte verhoging in belasting kan worden bereikt door de trainingsfrequentie, intensiteit en duur te verhogen, zowel binnen één trainingssessie als tussen trainingssessies. Verander, om overtraining te voorkomen, niet meer dan één factor per twee weken.

Supercompensation


2. Plan genoeg 'actieve' rustdagen in

Wanneer een paard intensief is getraind, worden er veel afvalstoffen geproduceerd in de spieren, pezen en gewrichten. Lactaat is bijvoorbeeld de stof die ervoor zorgt dat spieren pijnlijk voelen.


Het is belangrijk dat deze afvalstoffen het lichaam zo snel mogelijk verlaten. In tegenstelling tot mensen, zal het lymfesysteem van het paard niet goed werken als het de volgende dag weinig of geen beweging krijgt. Dit betekent dat de afvalstoffen niet verwijderd worden en zich ophopen met de lymfevloeistof.

Het aantal dagen actieve rust dat nodig is na een training, is afhankelijk van de intensiteit van de training. Training veroorzaakt 'microschade' aan de spieren van het paard. Het paard heeft genoeg tijd nodig om te herstellen tussen trainingen, zodat de spieren kunnen groeien - het paardenlichaam past zich aan aan de trainingsstimulatie. Dit noemen we supercompensatie.

Als er een even zware training wordt gegeven tijdens de hersteltijd, voordat de spieren supercompensatie bereiken, kan het tegenovergestelde proces voorkomen. Dit heet 'overtraining'. In dit scenario verliest het paard kracht, uithoudingsvermogen en wendbaarheid.

3. Paarden leren door drie keer per week te trainen

Ruiters volgen vaak hun eigen 'onderbuikgevoel' wanneer ze besluiten hoe vaak ze hun paard moeten trainen om hem een nieuwe oefening aan te leren. Om deze reden is er onderzoek gedaan om het optimale tijdsinterval te bepalen dat nodig is tussen herhalingen van een nieuwe oefening.


Een groep paarden werd een compleet nieuwe oefening aangeleerd. De helft van de groep herhaalde de oefening 28 opeenvolgende dagen (elke dag van deze 28 dagen). De andere helft herhaalde de oefening 28 dagen, maar dan elke drie dagen. Na deze 28 dagen, had de helft van de paarden de nieuwe oefening 28 keer geoefend, terwijl de andere helft dit maar 10 keer had gedaan. Aan het eind van het onderzoek werden alle paarden beoordeeld op de uitvoering van de nieuwe opdracht die hen was aangeleerd. Een vergelijking van de scores liet zien dat er, ondanks het verschil in het aantal trainingssessies, geen significant verschil was in de leerprogressie van de twee groepen paarden.


Dit onderzoek wijst uit dat paarden niet 'vergeten' wat ze in een nieuwe oefening hebben geleerd, als ze slechts elke derde dag worden getraind, in plaats van elke dag. Dit betekent dat er minder trainingstijd nodig is om een nieuwe oefening te leren. Tijd in het herhalen van oefeningen kan efficiënter worden gebruikt.

4. Bied genoeg afwisseling in het type training

Het is onmogelijk om alle spiersoorten tegelijk te trainen. Om deze reden is het belangrijk dat er afwisseling is in het type training. In het algemeen zijn er drie types training:

  • Cardiotraining: Dit verbetert het uithoudingsvermogen van het paard, zodat het langer door kan gaan met bewegen op een lage intensiteit. Dit vraagt om een specifiek soort spiervezel - Type I spiervezels. Deze spieren zien er gewoonlijk dun en lang uit. Daarbij moeten vooral de hart- en longspieren worden ontwikkeld in Cardiotraining om ervoor te zorgen dat er zo veel mogelijk zuurstof bij de spieren komt.

  • Krachttraining: De ontwikkeling van meer kracht voor, bijvoorbeeld, hoger springen, of om meer schwung in draf te krijgen, vereist Type II spieren. Dit spiertype biedt meer kracht, maar heeft niet dezelfde eigenschappen met betrekking tot uithoudingsvermogen, als Type I spieren. Spierkracht kan worden opgebouwd voor heel specifieke spiergroepen tijdens krachttraining.

  • Gymnastiseringstraining: De grote meerderheid van moderne paarden zijn erg wendbaar en flexibel. Om hen zo te houden, hebben de spieren na een zware training stretchen nodig om te voorkomen dat ze stijf en samengetrokken worden, zelfs bij ontspanning. Training voor flexibiliteit kan worden bereikt door het lichaam van het paard in verschillende richtingen te buigen, zodat de buitenste spieren lang oprekken.

Als je de spieren op verschillende plaatsen van het paardenlichaam om een verschillende manieren traint, hebben sommige spieren extra tijd om te herstellen. Plan dus niet op drie dagen springen (behalve als dit is wat je specifiek moet trainen). Wissel in plaats daarvan springen af met dressuurtraining, of wissel binnen je dressuurtraining oefeningen van dag tot dag af om je op verschillende spiergroepen te richten.


Een lange buitenrit maakt het hoofd van je paard leeg en is daarbij goed voor coördinatie en uithoudingsvermogen

5. Wissel de ondergrond af waarop je rijdt

Een goede manier om het atletisch vermogen en de fitheid van je paard te verbeteren, is door op verschillende ondergronden te trainen. Dit verbetert niet alleen zijn proprioceptie (het gevoel van het paard van de positie en beweging van zijn eigen lichaam, waaronder zijn gevoel van evenwicht en balans), maar het leidt ook tot completere spieropbouw en steun van weke delen. Het paardenlichaam past zich alleen aan aan de manier waarop het gebruikt wordt en wanneer het wordt uitgedaagd in de training. Door het rijden op verschillende ondergronden verhoogt de botdichtheid, en worden de lagen kraakbeen in de gewrichten gestimuleerd om verschillende soorten schokken op te vangen.


Onderzoek wijst uit dat paarden die altijd op dezelfde ondergrond trainen, minder gecoördineerd zijn, en meer kans hebben om te struikelen en zich te blesseren. Dit komt doordat de zenuwsignalen naar de ledematen niet zo vaak worden geactiveerd en niet zijn getraind om zich aan te passen aan een andere ondergrond. Dit betekent dat de training niet optimaal effectief is.

6. Training en voeding gaan hand in hand

De voeding van een paard moet matchen met zijn training. Er zijn vier elementen om te controleren.

  1. De hoeveelheid vezels. De darmen van het paard hebben vezels nodig om te functioneren en om in staat te zijn alle voedingsstoffen op te nemen die uit ander voer worden geboden.

  2. De energie die wordt gegeven. Dit moet in balans zijn met de activiteit van het paard en kan dus per dag verschillen. Te veel energie maakt het paard dik en kan hem extreem moeilijk maken om mee om te gaan tijdens het trainen. De voornamelijke bronnen van energie zijn onder andere gras, andere ruwvoerbronnen, en koolhydraten (zetmeel) in krachtvoer (mixes en brokken).

  3. De eiwitinhoud van voer is belangrijk als je wil dat je paard spieren ontwikkelt. Spieren zijn gemaakt van eiwitten. Voer dat bijzonder rijk aan eiwitten is, is onder andere gras, goede kwaliteit ruwvoer (jong gesneden gras) en mixes en brokken voor fokmerries en veulens.

  4. Ten slotte verdienen vitamines en spoorelementen je aandacht. Vitamine E en Selenium ondersteunen processen die afvalstoffen verwijderen uit de spieren, en Magnesium heeft invloed op overdracht van zenuwsignalen en kan dus helpen goede reflexen en coördinatie van het paard te ondersteunen.

De enige manier om een goed rantsoen voor je paard te garanderen is om je ruwvoer te laten analyseren. Onderzoek heeft uitgewezen dat er veel verschil zit tussen ruwvoer, en dit beïnvloed de gehele voedingsinname. Het wordt aangeraden om het rantsoen minstens twee keer per jaar aan te passen aan de ontwikkelingen van een paard. Met veranderingen in training zou het rantsoen opnieuw moeten worden afgestemd om aan te sluiten bij de veranderingen in voedingsbehoeften.

7. Hou altijd dezelfde structuur aan voor training

Paarden weten graag waar ze aan toe zijn. Dit vermindert stress en verbetert hun coördinatie en leervermogen. Probeer daarom alles binnen dezelfde routine te houden. Het kan saai zijn voor jou, maar het is geweldig voor het paard. Deze routine begint al bij het poetsen en opzadelen. Doe elke dag dezelfde dingen, in dezelfde volgorde.

  • Rijden begint met een warming-up in stap om de bloed- en lymfecirculatie te verhogen. Dit verbetert de aanvoer van voedingsstoffen naar de spieren en de verwijdering van afvalstoffen. Het stappen van het paard kan aan de hand, onder het zadel, of in een stapmolen worden gedaan. In het tweede deel van de warming-up kun je in een rustige draf of galop rijden. Het doel van de warming-up is om de spieren op te rekken.

  • Hierna komen twee tot vier pier-intervallen. Alle soorten training hebben piekmomenten, behalve de hersteltraining. Gewoonlijk duurt een piek-interval ongeveer vier tot acht minuten, en wordt gevolgd door een korte periode in stap. Tijdens de stap wordt de zuurstofpoel aangevuld en wordt de opbouw van lactaat tegengehouden.

  • Uiteindelijk wordt een training afgesloten met een cooling-down. Je kan het lichaam van het paard opnieuw stretchen in draf en dan de training afsluiten met minstens tien minuten stap, ofwel door te rijden in stap, ofwel door het paard aan de hand te stappen.

  • Je training eindigt wanneer je paard is afgezadeld en je het paard hebt gecontroleerd op blessures, abnormaliteiten, verdikte benen, etc. Let tenslotte ook op hoe veel tijd je paard nodig had om te herstellen. Na tien minuten stap zouden de ademhaling en hartslag respectievelijk onder de 14 ademhalingen en 60 slagen per minuut moeten zijn.

8. Voer een snelle gezondheidscontrole van je paard uit

Het is belangrijk dat je altijd een snelle gezondheidscontrole uitvoert, zowel voor als na de training. Op deze manier kun je gemakkelijk de ontwikkeling van het lichaam van je paard in de gaten houden en snel merken of er problemen zijn. Er zijn vijf checkpoints die een dierenarts onderzoekt wanneer deze een snelle gezondheidscontrole doet, altijd in dezelfde volgorde.


Controleer als eerste de ademhaling. Deze kun je het makkelijkste waarnemen op de flank. Bij een gezond paard kan dit subtiel worden gezien aan de buik die een beetje op en neer gaat. In rust zou dit tussen acht en veertien keer per minuut moeten zijn.


Ten tweede, na de ademhalingscontrole, controleer je de hartslag van het paard. Een van de makkelijkste slagaderen om hiervoor te gebruiken, zit onder de kaak. Je kan deze voelen door zacht aan te raken met je drie middelste vingers. De hartslag in rust zou ongeveer 20 tot 30 slagen per minuut moeten zijn.


Als derde controleer je de temperatuur van het paard. Hiervoor is een speciale veterinaire thermometer het beste, omdat deze de temperatuur snel binnen tien seconden meet. De meeste paarden vinden de thermometer over het algemeen een beetje eng, dus zorg ervoor dat je paard begrijpt wat je gaat doen. Glij met je hand vanaf de schoft, over de achterhand, naar de staart en duw deze opzij. De sluitspier heeft een klein gaatje in het midden. Doe de thermometer er voorzichtig in met wat glijmiddel of speeksel. De temperatuur van het paard zou ongeveer 37,5 ºC tot 38 ºC moeten zijn.


Controleer als vierde de huid. Je kan de temperatuur voelen aan de extremiteiten van het paard. Kijk of de oren, neus, benen en hoeven warm of koud aanvoelen. Je controleert ook de huidbalans. Neem een klein plooitje in de huid tussen je vingers. Wanneer je het loslaat, moet het plooitje weer snel weg zijn. Als het zichtbaar blijft, kan dit aangeven dat je paard gedehydrateerd is. Kijk in de mond om te controleren of de slijmvliezen vochtig en roze zijn.


Controleer ten slotte de lymfeklieren. Vooral die vlak achter de kaak en in de keel zijn goed om te controleren. Ze zouden ongeveer de grootte van een druif moeten hebben. Voel of dat zo is en kijk of het paard het pijnlijk vindt als je ze aanraakt.


De gezondheidscontrole van het paard is klaar na het controleren van de lymfeklieren. Als er dingen zijn waar je je zorgen over maakt, of die niet zijn zoals ze zouden moeten zijn, is het slim om advies te vragen aan een dierenarts, of zelfs een veterinaire controle af te spreken.



9. Stel uitdagende doelen voor jezelf

Onderzoek heeft uitgewezen dat het stellen van specifieke en uitdagende doelen leidt tot betere prestaties dan het stellen van een eenvoudig doel, of helemaal geen doelen. Een doel kan zijn om een hoog wedstrijdniveau te kunnen bereiken, maar het kan ook zijn om een buitenrit te maken zonder stress. Wat je doel ook is, het biedt motivatie en verhoogt doorzettingsvermogen. Splits je einddoel op in kleinere stappen of doelen, zodat het duidelijk wordt wat je vandaag kan doen om het grotere doel te bereiken. Met elke inspanning die je doet, zul je je goed voelen dat je een stap dichter bij je einddoel bent.


Probeer om je doelen en stappen daarnaartoe heel specifiek te maken en zorg dat ze genoeg uitdaging bieden, want dan is er een gevoel van beloning en/of waardering voor jou en het paard wanneer je een doel bereikt. Dit zal motivatie bieden om het volgende doel te bereiken.

10. Zorg dat je paard meerdere keren per dag beweging krijgt

Het is belangrijk dat een paard meerdere keren per dag uit zijn box wordt gehaald voor beweging. Ten eerste zorgt beweging voor een goede bloedcirculatie, wat ervoor zorgt dat de energieniveaus in de spieren worden hersteld. Dit betekent dat een paard een training langer zal volhouden. Als er te weinig beweging is, is er een kans dat het paard stijve benen krijgt of spier-/peesletsel.


Een paard graast aan de hand

Daarnaast stimuleert genoeg beweging het lymfesysteem. Het lymfatische systeem zorgt ervoor dat de weerstand van het lichaam stijgt, dat herstel en vernieuwing verbetert en dat alle schadelijke afvalstoffen in het lichaam veilig wordt afgevoerd. Na een intensieve training ontstaan er veel afvalstoffen in de spieren van het paard. Het lymfatische systeem moet de kans krijgen om deze stoffen af te voeren. Aangezien het lymfesysteem wordt gestimuleerd door beweging, is het belangrijk dat het paard dagelijks genoeg beweegt.

Bronnen